De wachttijd bij een private AOV bij een verzekeraar is de periode die je zelf overbrugt voordat een uitkering begint. Deze periode wordt ook eigenrisicoperiode genoemd. Met private AOV bedoelen we hier een arbeidsongeschiktheidsverzekering die je zelf bij een verzekeraar afsluit of via een collectieve afspraak kunt hebben.
Een korte wachttijd geeft sneller zekerheid, maar kan de premie verhogen. Een langere wachttijd kan goedkoper zijn, maar vraagt om genoeg financiële ruimte. De juiste keuze hangt dus niet alleen af van premie, maar vooral van wat je zelf kunt dragen.
Kort antwoord
- Wachttijd bepaalt wanneer een AOV-uitkering kan starten.
- Bij een private AOV gaat het om een verzekering bij een verzekeraar, niet om de publieke basisverzekering.
- Kortere wachttijd betekent meestal meer zekerheid, maar vaak ook hogere premie.
- Langere wachttijd kan passen bij een grote buffer of andere inkomsten.
- Kies wachttijd niet los van beroep, vaste lasten en risico op inkomensverlies.
Wat is een eigenrisicoperiode?
De eigenrisicoperiode is de periode waarin je wel arbeidsongeschikt bent, maar nog geen uitkering ontvangt vanuit je AOV bij een verzekeraar. Je draagt dat eerste stuk risico zelf. Bij verzekeraars kun je vaak kiezen uit meerdere periodes.
Die keuze werkt ongeveer als een financieel schuifje. Hoe meer risico je zelf kunt opvangen, hoe minder snel de verzekering hoeft uit te keren. Dat kan invloed hebben op de premie.
Hoe bepaal je wat je kunt overbruggen?
Begin niet bij de premie, maar bij je maandelijkse werkelijkheid. Hoeveel geld heb je minimaal nodig om privé en zakelijk door te kunnen? Hoeveel maanden kun je dat betalen zonder nieuwe omzet? En hoe zeker zijn eventuele andere inkomsten?
Een buffer van drie maanden voelt anders dan een buffer van twee jaar. Ook maakt het uit of je partner inkomen heeft, of je vaste lasten laag zijn en of je werk gedeeltelijk kan doorgaan bij klachten.
Waarom speelt beroep mee?
Bij sommige beroepen kan een kleine blessure grote gevolgen hebben. Een timmerman met een schouderblessure of een dakdekker met knieklachten kan mogelijk direct minder werken. Bij kantoorwerk kan aangepast werk soms makkelijker zijn, al kunnen mentale klachten of langdurige belasting ook ingrijpend zijn.
Daarom is een wachttijd van 6 of 12 maanden voor de ene zelfstandige logisch en voor de andere riskant. Het gaat om de combinatie van arbeidsrisico en financiële draagkracht.
Wachttijd en premie
Een langere wachttijd kan de premie vaak verlagen. Dat klinkt aantrekkelijk, maar alleen als je de periode echt kunt overbruggen. Anders verplaats je het probleem van verzekeraar naar jezelf.
Een kortere wachttijd kan juist rust geven, maar past niet altijd binnen het budget. Het is daarom nuttig om meerdere scenario’s te vergelijken: wat gebeurt er bij 1 maand, 3 maanden, 6 maanden, 1 jaar of 2 jaar zonder inkomen?
Niet alleen naar wachttijd kijken
Wachttijd is belangrijk, maar niet het enige onderdeel. Kijk ook naar verzekerd bedrag, eindleeftijd, indexatie, arbeidsongeschiktheidscriterium, uitsluitingen en medische acceptatie. Een korte wachttijd met een te laag verzekerd bedrag lost mogelijk alsnog weinig op.
Lees ook hoe een AOV werkt, waar je op moet letten en waardoor AOV-premie verschilt.
Verder lezen over AOV-keuzes
- Verzekerd bedrag bij een AOV
- Eindleeftijd en indexatie bij een AOV
- Uitsluitingen en clausules bij een AOV
Veelgestelde vragen
Is een langere wachttijd altijd goedkoper?
Vaak kan een langere wachttijd premie verlagen, maar de exacte premie hangt ook af van andere voorwaarden en persoonlijke factoren.
Welke wachttijd moet ik kiezen?
Dat hangt af van je buffer, vaste lasten, beroep en hoeveel risico je zelf wilt dragen.
Is wachttijd hetzelfde als de wachttijd bij de BAZ?
Het begrip lijkt op elkaar, maar bij een private AOV kies je vaak zelf. Bij de BAZ noemt Rijksoverheid in de huidige plannen een wachttijd van 2 jaar.